De essentie van het demonstratierecht is de collectieve uiting van een mening op een openbare plaats met het doel om de publieke opinie te beïnvloeden. Volgens artikel 5 lid 3 Wet openbare manifestaties kan een voorschrift, beperking of verbod op grond van deze wet geen betrekking hebben op de inhoud van de gedachten of gevoelens die tijdens betogingen worden geopenbaard. Het strafrecht stelt echter wel grenzen aan het uiten van meningen tijdens demonstraties in verband met het verbod op discriminatie, met name op het gebied van de groepsbelediging (art. 137c Sr) en het aanzetten tot haat, discriminatie en geweld (art. 137d Sr) wegens ras, godsdienst, levensovertuiging, seksuele gerichtheid of handicap. Rozemond gaat er in dit artikel op in.
Een initiatief van de Rijksuniversiteit Groningen | Website door Liesbeth Smit, The Online Scientist | Disclaimer & privacy