Het hof oordeelt dat er geen sprake is van wederrechtelijk binnendringen en/of wederrechtelijk vertoeven door de verdachte in de varkensstallen. Het demonstratierecht is binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit uitgeoefend.
Op 13 mei 2019 heeft verdachte samen met andere dierenactivisten de varkensstallen van een varkenshouderij in Boxtel betreden tussen 12.45 en 13.00 uur. Het doel was om actie te voeren tegen dierenleed, in het bijzonder tegen de slechte leefomstandigheden van varkens in een binnen de vleesindustrie representatieve varkensstal. De politie was om 12.57 uur ter plaatse bij de actie. Omstreeks 14.30 uur hebben de eerste agenten de varkensstallen betreden. Gedurende de dag ontstond er een 'tegenprotest' door boeren die zich later bij de actie voegden. Rond 18.00 uur heeft de politie de toegangsdeuren van de varkensstallen gesloten. Omstreeks 21.30 vorderde een agent van de dierenactivisten om de varkensstallen te verlaten, waarna een groep van dertig deelnemers de stallen verliet. Zij werden tijdelijk opgehouden op de binnenplaats van de varkenshouderij om ze op een later moment veilig te kunnen begeleiden. De overige groep dierenactivisten heeft zich om en nabij 22.00 uur in de richting van de uitgang begeven.
Heeft verdachte samen met de andere dierenactivisten de varkensstallen wederrechtelijk binnengedrongen en zijn zij daar gedurende de dag wederrechtelijk verbleven?
Het hof oordeelt dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte wederrechtelijk de varkensstallen is binnengedrongen en daar vervolgens is gebleven. Om die reden spreekt het hof de verdachte vrij. Het hof motiveert dit oordeel als volgt.
Er is sprake van binnendringen wanneer tegen de onmiskenbare wil van de bewoner/gebruiker diens woning/besloten lokaal of erf toch wordt betreden (artikel 138 Wetboek van Strafrecht). Volgens het hof staat vast dat de varkensstallen zijn betreden tegen de wil van de eigenaar van de varkenshouderij.
Vervolgens is de vraag of het binnendringen van de varkensstallen en het daar vervolgens verblijven wederrechtelijk waren. Dit gedrag kan gerechtvaardigd zijn als het demonstratierecht binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit wordt uitgeoefend. Het hof oordeelt daarover als volgt.
Het is noodzakelijk voor het doel van de dierenactivisten (actievoeren tegen dierenleed, in het bijzonder tegen de slechte leefomstandigheden van varkens in een varkensstal) om de situatie in de varkensstallen met eigen ogen te zien om zo publiciteit te kunnen geven aan het dierenleed. Dat er al eerder beeldmateriaal was gemaakt hiervan, maakt niet uit. De bedoeling van de demonstranten was bovendien steeds om vreedzaam te demonstreren, zo blijkt uit de verklaringen van de dierenactivisten.
Daar komt bij dat inbraak en/of verbreking niet kan worden bewezen volgens de rechter - mogelijk is dit van een eerdere stalbezetting - en zelfs als het van deze stalbezetting is, dan kan niet worden bewezen dat verdachte hierbij betrokken was.
Het lange verblijf in de varkensstallen kan de verdachte en de andere dierenactivisten niet worden verweten. Zij zijn langer in de stallen gebleven, omdat de politie de staldeuren had gesloten (ter bescherming van de dierenactivisten).
Om die redenen kan de wederrechtelijkheid van het binnendringen van de stallen en het daar vervolgens blijven niet worden bewezen.
Tot slot kan volgens de rechter niet worden bewezen dat verdachte het bevel van een agent om zich te verwijderen uit de stal niet heeft opgevolgd. Het is aannemelijk uit het dossier dat (een deel van) de dierenactivisten niet op de hoogte zijn geweest van de aanmaning(en) van de politie, vanwege de hectische en verwarrende situatie die op dat moment bestond. Dit blijkt uit verschillende verklaringen van dierenactivisten. Bovendien is het niet aannemelijk dat de dierenactivisten de varkensstallen niet wilden verlaten; zij waren al enige tijd opgesloten geweest in de varkensstallen en hebben uiteindelijk allemaal de varkensstallen vrijwillig verlaten.
Het binnendringen en het vervolgens verblijven in een varkensstal in het kader van een demonstratie is niet strafbaar op grond van lokaalvredebreuk (artikel 138 Wetboek van Strafrecht) als het demonstratierecht binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit wordt uitgeoefend.
Een initiatief van de Rijksuniversiteit Groningen | Website door Liesbeth Smit, The Online Scientist | Disclaimer & privacy