De betrokkene rijdt met zijn auto mee in een demonstratie. Hij krijgt een boete voor het blokkeren van een kruispunt. Hij is niet staandegehouden. De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd zonder voorafgaande staandehouding.
Op 24 januari 2023 vindt een demonstratie plaats van de ‘’grote leugenroute’’, waarbij demonstranten met auto’s meereden. Tijdens deze demonstratie krijgt de betrokkene drie boetes opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna Wahv). De boetes worden uitgeschreven voor het blokkeren van een kruispunt en het geven van signalen met zijn auto op een manier die niet is toegestaan.
De betrokkene stelt dat hij het kruispunt niet heeft geblokkeerd, maar daar stil is gaan staan op aanwijzing van een ambtenaar. Daarnaast voert de betrokkene aan dat hij onterecht niet is staandegehouden. Dit laatste is van belang, omdat iemand in principe moet worden staandegehouden voordat een boete wordt opgelegd, tenzij er geen reële mogelijkheid was om dit te doen.
Heeft de politie terecht besloten om betrokkene niet staande te houden voordat de betrokkene een boete is opgelegd voor het tijdens een demonstratie blokkeren van een kruispunt?
De kantonrechter oordeelt eerst over de vraag of betrokkene het kruispunt heeft geblokkeerd. Volgens de verklaring van een agent rijdt de betrokkene de kruising op, komt daar tot stilstand en verspert het kruisende verkeer de doorgang. De betrokkene stelt dat hij op aanwijzing van een ambtenaar op het kruispunt stil ging staan. De rechter vindt dit niet aannemelijk. Er is onvoldoende bewijs dat een ambtenaar opdracht heeft gegeven om het kruispunt op te rijden en daar stil te staan. De rechter concludeert daarom dat de gedraging heeft plaatsgevonden.
Het tweede verwijt, het geven van niet-toegestane signalen met de auto, wordt door betrokkene niet betwist.
Vervolgens beoordeelt de kantonrechter of de boetes terecht zijn opgelegd zonder dat de betrokkene staande is gehouden. Bij het opleggen van de boetes zijn drie politieagenten betrokken. De eerste twee agenten verklaren dat er voor de demonstratie is besloten om geen staandehoudingen te verrichten bij verkeersovertredingen, om escalatie te voorkomen. De rechter toetst deze keuze van de politie uiterst terughoudend, en oordeelt dat de gemaakte afweging deze toetsing doorstaat.
De derde betrokken politieagent is werkzaam als lid van de Mobiele Eenheid en staat onder commando van een leidinggevende. Hierdoor was het voor hem niet toegestaan zich van de groep los te maken om iemand staande te houden. Dit maakt dat er voor deze agent geen reële mogelijkheid was om de betrokkene staande te houden voor een verkeersovertreding.
De kantonrechter oordeelt dat er geen reële mogelijkheid was om de betrokkene staande te houden en dat de boetes terecht zonder staande houding zijn opgelegd. De betrokkene wordt veroordeeld tot het betalen van de boetes.
Deze zaak laat zien dat normaal gesproken een staande houding is vereist voordat een boete kan worden opgelegd voor het overtreden van verkeersregels. Uitzonderingen zijn toegestaan wanneer er geen reële mogelijkheid is om iemand staande te houden. De politie kan in het geval van een demonstratie besluiten om geen staande houdingen te verrichten om escalatie te voorkomen. De rechter toetst een dergelijke beslissing van de politie erg terughoudend.
Een initiatief van de Rijksuniversiteit Groningen | Website door Liesbeth Smit, The Online Scientist | Disclaimer & privacy