Rechtspraak over demonstratierecht
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Soort zaak
hoger beroep
Rechtsgebied
Strafrechtelijk
Procespartijen
Verdachte (demonstrant Extinction Rebellion)
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:566
Lees de volledige rechtspraak
10 april 2024

Veroordeling demonstrant Extinction Rebellion voor lokaalvredebreuk ING-kantoor

Het oordeel in het kort

Een demonstrant van Extinction Rebellion is veroordeeld voor lokaalvredebreuk in een ING-kantoor in Den Haag. Er zijn in totaal vier mogelijkheden geweest voor de demonstrant om zelf te vertrekken. Daarop is de demonstrant aangehouden. De rechter legt geen straf op.

Wat zijn de feiten?

Op 9 juli 2022 heeft de verdachte samen met vijf anderen rond 13:30 uur het pand van ING in Den Haag betreden. Zij hebben daar een aantal uur vreedzaam gedemonstreerd door achter de ingangsdeur op de grond te gaan zitten. Zij zongen liedjes en bliezen op fluitjes. Omstreeks 15:00 uur is door een ING-medewerker aan de demonstranten te kennen gegeven dat het pand rond 16:00 uur zou sluiten. Door de demonstranten is toen geantwoord dat zij het pand pas zouden verlaten als ING zou stoppen met het investeren in fossiele brandstof. Rond 15:30 uur is weer gevraagd of zij wilden vertrekken, waarop hetzelfde antwoord werd gegeven. Daarop is melding gedaan bij de politie.


De politie gaf aan dat de ING-medewerker nog twee keer zou vorderen om het pand te verlaten voordat de demonstranten zouden worden aangehouden voor huisvredebreuk. De ING-medewerker heeft daarop rond 16:15 uur nog twee keer gevorderd het pand te verlaten. Alleen verdachte weigerde alsnog om te vertrekken en is toen aangehouden en meegenomen naar het politiebureau.

De centrale vraag van deze rechtszaak:

Moet verdachte worden veroordeeld voor erfvredebreuk of is dit een ontoelaatbare inbreuk op haar demonstratierecht?

Wat oordeelt de rechter?

Het hof oordeelt dat de inperking van het demonstratierecht van de verdachte geen ontoelaatbare inbreuk op haar demonstratierecht vormde.

Het recht om te demonstreren is volgens de rechter een belangrijk recht dat beschermd moet worden door de overheid. Maar niet ten koste van alles, want er spelen ook belangen en rechten van anderen, die net zo goed door de overheid moeten worden beschermd. Dat betekent dat, als een demonstrant zijn recht om te demonstreren uitoefent en daarbij een strafbaar feit pleegt, politie en justitie mogen ingrijpen. Steeds zullen alle belangen die spelen goed moeten worden afgewogen, waarbij het recht om te demonstreren zwaar weegt en dus niet te snel beperkt mag worden. Als de politie uiteindelijk besluit dat het nodig is om een einde te maken aan het strafbare feit, mag de politie dat doen. Van het openbaar ministerie wordt verlangd dat vervolgens alle belangen zorgvuldig worden afgewogen, voordat een demonstrant wordt vervolgd. Het is dan aan de rechter om bij het bepalen van de straf te kijken of er naast het ingrijpen door de politie en het openbaar ministerie nog ruimte is voor het opleggen van een straf of maatregel. Maar dat het strafbare feit is gepleegd omdat iemand op die manier wil demonstreren, maakt niet dat het feit opeens niet meer strafbaar is. 

De demonstratie van verdachte was inderdaad vreedzaam en viel daarom onder de bescherming van het demonstratierecht. Er is de demonstranten daarbij de ruimte gegeven in het ING-kantoor om te demonstreren. Pas bij sluitingstijd van het kantoor is gevraagd of de demonstranten wilden vertrekken. Hiermee oefende ING haar huisrecht uit. Er is in totaal twee keer gevraagd en twee keer gevorderd aan de demonstranten om het pand te verlaten. Daarmee zijn volgens de rechter voldoende mogelijkheden gegeven aan de demonstranten om het pand te verlaten. De overige demonstranten hebben dit gedaan en zijn verder gaan demonstreren buiten het pand.

Het hof oordeelt dat het weigeren op te volgen van de vorderingen om te vertrekken uit het ING-kantoor daarom wederrechtelijk is. De politie en het openbaar ministerie hadden er (gelet op het demonstratierecht) wel voor kunnen kiezen om minder verstrekkende maatregelen te nemen dan nu is gedaan. Maar dit neemt de wederrechtelijkheid niet weg. Verdachte is dus wel strafbaar. Met het oog op het demonstratierecht legt de rechter geen straf op.

Wat leert deze uitspraak ons?

Deze uitspraak leert ons dat als een demonstrant zijn recht om te demonstreren uitoefent en daarbij een strafbaar feit pleegt, politie en justitie mogen ingrijpen. Als er voldoende redelijke mogelijkheden aan de demonstrant zijn gegeven om het pand te verlaten rondom sluitingstijd van dat pand, kan de demonstrant worden vervolgd voor lokaalvredebreuk. Daarbij kan de rechter ervoor kiezen om geen straf op te leggen, gelet op de vreedzaamheid van de demonstratie.

Rechtspraak

Meer recente uitspraken