Eiseres heeft onderweg naar een demonstratie tegen de coronamaatregelen op het Museumplein in Amsterdam een noodbevel uitgereikt gekregen. De rechter komt niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het noodbevel, omdat eiseres geen procesbelang heeft. De situatie is te specifiek en te bijzonder om in de toekomst nog eens plaats te vinden.
Op 2 januari 2022 is een demonstratie aangekondigd van Nederland in Verzet op het Museumplein te Amsterdam. Op dat moment was Nederland in lockdown vanwege de uitbraak van de omikronvariant van Covid-19. De burgemeester van Amsterdam liet de demonstratie doorgaan, maar verbond regels aan de demonstratie. De organisator van de demonstratie heeft vervolgens aangegeven zich niet te houden aan die regels. Daarom heeft de burgemeester de demonstratie verboden op 29 december 2021.
Op 2 januari 2022 zijn de demonstranten toch gaan demonstreren op het Museumplein. De burgemeester heeft op daarom noodbevelen gegeven ter handhaving van de openbare orde, de gezondheid en ter bescherming van de veiligheid voor personen en goederen. Demonstranten mochten zich niet bevinden binnen de ringweg van de A10. Eiseres zat in een bus die onderweg was naar het Museumplein. De bus werd gestopt door de politie, die aan de inzittenden een noodbevel uitvaardigde. Eiseres betwist de rechtmatigheid van dit bevel.
Heeft de eiseres procesbelang? En zo ja, mocht de burgemeester van Amsterdam een noodbevel geven aan onder andere eiseres die in de bus onderweg naar het Museumplein was?
Voordat de rechter kan oordelen over het noodbevel, moet eerst worden nagegaan of eiseres een procesbelang heeft. Het resultaat dat de eiseres nastreeft met de zaak moet kunnen worden behaald, of er moet zich in de toekomst een vergelijkbare situatie kunnen voordoen. De rechter oordeelt dat eiseres geen procesbelang meer heeft. De demonstratie is al geweest, en de situatie waarin het noodbevel is gegeven (de covid-19 pandemie) is zeer specifiek en bijzonder. De kans is klein dat die situatie zich weer voordoet in de toekomst. Aan een inhoudelijke beoordeling komt de rechter dus niet toe.
De rechter kijkt naar de feitelijke betekenis die een rechterlijke uitspraak heeft voor de eiser. Hierbij weegt de rechter ook mee wat de kans is op een herhaling van de situatie in de toekomst. Deze kans is veel kleiner als de situatie heel uitzonderlijk is. Dan kan de rechter bepalen dat eiser geen procesbelang heeft.
Een initiatief van de Rijksuniversiteit Groningen | Website door Liesbeth Smit, The Online Scientist | Disclaimer & privacy