Rechtspraak over demonstratierecht
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Soort zaak
eerste aanleg
Rechtsgebied
Strafrechtelijk
Procespartijen
Verdachte (actievoerder tijdens een boerenprotest)
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:6396
Lees de volledige rechtspraak
1 december 2023

Veroordeling geweldgebruik politieagent door schot op tractorcabine tijdens blokkade A32

Het oordeel in het kort

Agent wordt veroordeeld voor poging tot doodslag vanwege een gelost schot op de cabine van een tractor bij een boerenprotest. Het geweldgebruik van de agent kan volgens de rechter niet worden gerechtvaardigd.

Wat zijn de feiten?

Bij een boerenprotest op een industrieterrein in Heerenveen op 5 juli 2022 werd een noodbevel afgegeven door de burgemeester. Nadat de ME de aanwezige personen op het industrieterrein had meegedeeld dat de burgemeester een noodverordening had uitgevaardigd, is een stoet met tractoren en auto’s van het industrieterrein weggereden en de snelweg A32 opgegaan.

Zes agenten, waaronder verdachte, probeerden de tractoren tot stilstand te brengen bij een afrit van de A32. Ze deden dat door een blokkade te vormen met hun voertuigen. Sommige tractoren en auto's reden om de blokkade heen, anderen bleven ervoor stilstaan. De bestuurder van de vierde tractor in de rij voor de blokkade reed uit de rij weg de oprit op. Om deze bestuurder te verhinderen, trokken verdachte en een andere agent hun dienstwapens. Verdachte loste hierbij een schot op de cabine van de tractor. De kogel van dat schot is terechtgekomen in de stijl aan de zijkant van de cabine, ter hoogte van de stoel.

De centrale vraag van deze rechtszaak:

Heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag of aan een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door te schieten op de tractorcabine? En kan het schot van verdachte worden gerechtvaardigd?

Wat oordeelt de rechter?

De rechter oordeelt dat de verdachte schuldig is aan een poging tot doodslag.

Verdachte heeft de kans op de dood van de bestuurder van de vierde tractor bewust aanvaard: hij stond op korte afstand van de tractor en richtte zijn dienstwapen in de richting van de tractor met daarin de bestuurder. Daardoor was er een aanmerkelijke kans dat hij de bestuurder dodelijk zou raken. Verdachte heeft niet gericht laag geschoten (bijvoorbeeld op de banden of de benen), maar juist op de cabine van de tractor, de plek waar de bestuurder zat.

Het schot van verdachte kan volgens de rechter ook niet worden gerechtvaardigd.

De politie heeft een grote mate van vrijheid om geweld te gebruiken. Sterker nog, als de noodzaak daartoe bestaat, wordt deze inzet van geweld van hun verwacht. Het geweld van de politie moet wel voldoen aan twee eisen: proportionaliteit en subsidiariteit. De politie moet ten eerste optreden op een manier die zo weinig mogelijk geweld oplevert; het optreden moet voor de betrokkene dus het minst bezwarend zijn (subsidiariteit). Ten tweede moet het geweldgebruik in verhouding staan tot de ernst van de situatie (proportionaliteit). Het geweldgebruik mag het beoogde doel ervan niet overstijgen.

De rechter oordeelt dat de verdachte niet op de cabine mocht schieten volgens de Ambtsinstructie voor geweldgebruik van de politie. Er bestond geen serieus risico op levensgevaar of lichamelijke verwondingen, want niet is gebleken dat de tractor op verdachte of anderen zou inrijden. Er is daarom disproportioneel geweld gebruikt door het schot te lossen. Daarnaast overstijgt het geweldgebruik het doel van het stoppen en aanhouden van de bestuurder. Ook komt verdachte geen beroep op een strafuitsluitingsgrond (zoals noodweer) toe. De rechtbank begrijpt dat de situatie stressvol en bedreigend was voor verdachte, maar verdachte is een getraind en ervaren politieambtenaar. Daarom kon van hem worden verwacht dat hij de situatie voldoende kon overzien.

Omdat er ten onrechte gericht met een dienstwapen is geschoten moet volgens de rechter verantwoording worden afgelegd en een norm worden gesteld. Dit gebeurt mede als signaal naar de maatschappij dat ook de politie een gerechtvaardigde straf niet ontloopt. De rechtbank legt gelet op de ernst van het feit daarom een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand op, met een proeftijd van een jaar, en een onvoorwaardelijke taakstraf van tachtig uur.

Wat leert deze uitspraak ons?

Geweldgebruik van de politie moet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit voldoen. Ook geweldgebruik waarbij een verdachte bewust aanvaardt dat hij een mogelijk dodelijk slachtoffer maakt kan leiden tot een veroordeling voor poging tot doodslag. De drempel voor het rechtvaardigen van geweldgebruik ligt bovendien hoger voor een politieagent.

Rechtspraak

Meer recente uitspraken