Rechtspraak over demonstratierecht
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Soort zaak
eerste aanleg
Rechtsgebied
Strafrechtelijk
Procespartijen
Verdachte (actievoerder van Extinction Rebellion en Animal Rebellion)
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:7518
Lees de volledige rechtspraak
21 augustus 2023

Veroordeling erfvredebreuk voor klimaatdemonstratie bij melkfabriek

Het oordeel in het kort

Met de demonstratie op het terrein van een melkfabriek schenden demonstranten van Extinction Rebellion en Animal Rebellion het huisrecht/eigendomsrecht. Er is sprake van erfvredebreuk. De rechter legt geen straf op.

Wat zijn de feiten?

Op 16 april 2023 vond een demonstratie van ongeveer 30 activisten van Extinction Rebellion en Animal Rebellion plaats op het terrein van een melkfabriek. De demonstranten, waaronder verdachte, hadden spandoeken bevestigd aan de melktoren en enkelen hadden zichzelf vastgeketend aan het terrein en de torens. Zij eisten dat het bedrijf alleen nog maar plantaardige melk zou gebruiken in de melkproductie en dat ze niet eerder weg gingen voordat dit door het bedrijf was toegezegd. Enkele directieleden van de melkfabriek zijn vervolgens in gesprek gegaan met de demonstranten. Dat liep nergens op uit.


De demonstranten die waren vastgeketend op het terrein en op de toren wilden het terrein daarna niet verlaten. Hierop is door de officier van justitie toestemming verleend om de demonstranten aan te houden. De directie van de melkfabriek gaf aan aangifte te willen doen van lokaalvredebreuk. De politie vorderde daarna dat de demonstranten het terrein moesten verlaten. De politie heeft de demonstranten die alsnog weigerden te vertrekken daarop aangehouden.

De centrale vraag van deze rechtszaak:

Is verdachte strafbaar voor erfvredebreuk of staat het demonstratierecht daaraan in de weg?

Wat oordeelt de rechter?

De rechter oordeelt dat de bescherming van de rechten van een ander een beperking van het demonstratierecht noodzaakt, namelijk de bescherming van het huisrecht. Verdachte is dus schuldig aan erfvredebreuk.

De rechter meent dat het demonstratierecht een essentieel recht is binnen een democratische samenleving. Daarom kan een demonstratie niet zonder goede redenen beperkt worden. De beperking van de demonstratie moet in de wet staan, een legitiem doel dienen (zoals de bescherming van de rechten van anderen) en de beperking moet noodzakelijk zijn in een democratische samenleving.

De beperking staat in de wet (huisvredebreuk van artikel 138 Sr) en dient een legitiem doel (het beschermen van het huisrecht/eigendomsrecht van de melkfabriek). De noodzaak van de beperking is het beschermen van het gebruiksrecht van de melkfabriek. De werknemers moeten ongestoord gebruik kunnen maken van de fabriek. De demonstratie verhinderde dat ongestoorde gebruik: directieleden hebben hun dagelijkse werkzaamheden moeten onderbreken om in gesprek te gaan met demonstranten. Daarnaast is er aangifte gedaan van het verstoren van het huisrecht/eigendomsrecht van de melkfabriek. Het feit dat het een vreedzaam protest was, neemt de overtreding niet weg. Ten slotte oordeelt de rechter dat de demonstratie niet van korte duur was: die duurde de hele ochtend. De rechter is dan ook van oordeel dat sprake is geweest van een toelaatbare inperking van het demonstratierecht.

De rechter legt geen straf op. Daarbij neemt de rechter in aanmerking dat de demonstratie vreedzaam was en dat zich geen ongeregeldheden hebben voorgedaan. De politie had bovendien minder verstrekkende maatregelen kunnen nemen dan aanhouding, zoals het verwijderen van de demonstranten van het fabrieksterrein en het ontzeggen van de toegang daartoe. Ook wil de rechter demonstranten niet ontmoedigen van hun demonstratierecht gebruik te maken (chilling effect).

Wat leert deze uitspraak ons?

Ook demonstranten moeten zich in principe gewoon aan de wet houden. Doen zij dit niet, dan kunnen zij daarvoor worden veroordeeld. Dit kan een rechtvaardige inbreuk vormen op het demonstratierecht, als daarbij aan drie eisen is voldaan (de beperking moet in de wet staan, een legitiem doel dienen en noodzakelijk zijn). Bij het bepalen van de straf houdt de rechter rekening met de uitoefening van het demonstratierecht.

Rechtspraak

Meer recente uitspraken