Rechtspraak over demonstratierecht
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Soort zaak
hoger beroep
Rechtsgebied
Strafrechtelijk
Procespartijen
Verdachte (klimaatactivist)
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:344
Lees de volledige rechtspraak
11 maart 2024

Veroordeling voor klimaatactie bij schilderij 'Meisje met de parel', geen straf opgelegd

Het oordeel in het kort

De verdachte is een klimaatactivist die zich aan het schilderij 'Meisje met de Parel' heeft vastgelijmd. Het hof oordeelt dat de actie een onnodige en onaanvaardbare inbreuk maakt op de rechten en belangen van anderen, maar legt geen straf of maatregel aan de verdachte op.

Wat zijn de feiten?

Op 27 oktober 2022 beschadigden 3 activisten het schilderij 'Meisje met de parel' in het Mauritshuis te Den Haag, om aandacht te vragen voor de urgentie van de klimaatcrisis. Verdachte heeft zijn hoofd met lijm tegen de glasplaat van het schilderij geplakt, waarna een rode namaaksoep over het hoofd en het schilderij is gegoten. Daarnaast heeft hij het volgende gezegd: How do you feel when you see something beautiful and priceless being apparently destroyed before your eyes... Do you feel outraged? Good!'


Met de klimaatactie is de glasplaat en de lijst van het schilderij beschadigd. Het schilderij is hierdoor tijdelijk uit het Mauritshuis weggehaald. Verdachte wordt beschuldigd van het vernielen, beschadigen en onbruikbaar maken van het schilderij (artikel 350 Sr) en het in vereniging geweld plegen tegen goederen (artikel 141 Sr).


De centrale vraag van deze rechtszaak:

Kan de verdachte worden veroordeeld voor vernieling en openlijke geweldpleging of staat de bescherming van het demonstratierecht daaraan in de weg?

Wat oordeelt de rechter?

De rechter (het hof) oordeelt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan vernieling en openlijke geweldpleging en dat het demonstratierecht van de verdachte daarom kon worden beperkt. De strafrechtelijke vervolging in deze zaak ziet op de gepleegde strafbare feiten, niet op de deelname aan de demonstratie.

Het hof oordeelt dat de actie van de activisten een onnodige en onaanvaardbare inbreuk maakt op de rechten en belangen van anderen. Hoewel de activisten hebben geprobeerd om het doek van het schilderij niet te beschadigen, was het voordat de actie plaatsvod niet te voorzien hoe daarop zou worden gereageerd. Daarnaast hadden de verdachten hun demonstratierecht ook kunnen uitoefenen zonder fysiek geweld tegen het schilderij te plegen. De actie van verdachten gaat dus verder dan een verstoring van de normale gang van zaken in het museum, omdat het Mauritshuis reparatiewerkzaamheden moest verrichten en het schilderij tijdelijk niet heeft kunnen tentoonstellen. Het hof is dan ook van oordeel dat de verdachte laakbaar gedrag vertoonde, waartegen strafrechtelijk optreden geboden was.

Het hof besluit geen straf op te leggen, om te voorkomen dat het strafrechtelijk optreden een ontmoedigende werking (chilling effect) heeft op personen die gebruik willen maken van hun demonstratierecht. De voorlopige hechtenis die verdachte al heeft ondergaan is voldoende.

Wat leert deze uitspraak ons?

Strafrechtelijk optreden kan nodig zijn als demonstranten gedrag vertonen dat de activiteiten van anderen opzettelijk ernstig verstoort, in een grotere mate dan in het geval van een ‘normale’ uitoefening van het demonstratierecht. Ook demonstranten moeten zich dus in principe aan de wet houden. Doen zij dit niet, dan kunnen zij daarvoor worden veroordeeld. Bij het bepalen van de straf houdt de rechter rekening met de uitoefening van het demonstratierecht.

Rechtspraak

Meer recente uitspraken