De burgemeester van de gemeente Amsterdam heeft op 10 november 2024 een noodverordening uitgevaardigd met daarin een demonstratieverbod voor de hele gemeente Amsterdam. Verzoeker heeft een ontheffing aangevraagd voor het houden van een demonstratie. Die ontheffing is verleend, maar wel met een locatieaanwijzing: de demonstratie mag vanwege vrees voor wanordelijkheden niet plaatsvinden bij de Stopera, wel bij het Westergasterrein. De verzoeker vraagt de rechter om een voorlopige voorziening om te kunnen demonstreren bij de Stopera. De rechter wijst het verzoek af, de locatieaanwijzing is rechtmatig.
De burgemeester van de gemeente Amsterdam heeft op 10 november 2024 een noodverordening uitgevaardigd. Daarin is een demonstratieverbod voor de hele gemeente Amsterdam opgenomen. Van dit verbod kan ontheffing worden verleend. Aan verzoeker is ontheffing verleend om een demonstratie te houden. Daaraan is wel de voorwaarde verbonden dat verzoeker niet mag demonstreren bij de Stopera, maar wel op het Westergasterrein. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, omdat verzoeker bij de Stropera wil demonstreren.
Is de door de burgemeester opgelegde locatieaanwijzing om niet te mogen demonstreren bij de Stopera maar wel op het Westergasterrein rechtmatig?
De rechter oordeelt dat de locatieaanwijzing rechtmatig is en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen af. De rechter onderbouwt dit als volgt:
Voor de rechtmatigheid van het besluit gaat de rechter na of de beperking niet in strijd is met de artikelen 2 en 5 van de Wet openbare manifestaties. Op grond van die bepalingen kan de burgemeester een demonstratie onder meer beperken om wanordelijkheden te voorkomen. De burgemeester heeft bij het opleggen van een beperking meer vrijheid dan bij het opleggen van een verbod. Omdat het gaat om een beperking in deze zaak, toetst de rechter meer op een afstand (terughoudend).
Het uitgangspunt is dat demonstranten zelf de plaats van de demonstratie mogen kiezen en dat de demonstratie plaatsvindt op een locatie die van belang is voor de demonstranten, in dit geval de Stopera..
In deze zaak heeft de burgemeester voldoende toegelicht dat er vrees bestaat voor escalatie en wanordelijkheden. De politie heeft aangegeven dat de situatie op de locatie van de Stopera lastig is te beheersen. Er is daar een vergadering van de gemeenteraad. Daarnaast wil de politie voorkomen dat mensen die ongeregeldheden willen veroorzaken, zich aansluiten bij de demonstranten bij de Stopera. Verder is een dag daarvoor de situatie op een andere locatie in de stad volledig uit de hand gelopen. De politie is bang dat dit ook gebeurt als bij de Stopera wordt gedemonstreerd. Ook is het nog steeds erg onrustig in de stad, een week nadat in de stad ernstige gewelddadigheden hebben plaatsgevonden (rondom de voetbalwedstrijd van Ajax - Macabbi Tel Aviv).
De rechter is van oordeel dat de burgemeester voldoende duidelijk heeft gemaakt dat zij vreest voor wanordelijkheden als de demonstratie bij de Stopera plaatsvindt. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt dan ook afgewezen.
Een beperking van de locatie van een demonstratie is rechtmatig als er voldoende vrees is voor wanordelijkheden. In dat geval kan worden afgeweken van het uitgangspunt dat demonstranten zelf de plaats mogen kiezen en dat de demonstratie plaatsvindt op een locatie die van belang is voor de demonstranten. Verder leert deze uitspraak ons dat de burgemeester meer vrijheid heeft bij het opleggen van een beperking dan bij het opleggen van een verbod. De voorzieningenrechter toetst een beperking meer op afstand dan een verbod.
Een initiatief van de Rijksuniversiteit Groningen | Website door Liesbeth Smit, The Online Scientist | Disclaimer & privacy