Rechtspraak over demonstratierecht
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Soort zaak
eerste aanleg
Rechtsgebied
Bestuursrechtelijk
Procespartijen
Eisers tegen de minister van justitie van Sint-Maarten
ECLI
ECLI:NL:OGEAM:2024:94
Lees de volledige rechtspraak
25 november 2024

Onterecht verbod demonstratie Sint-Maarten

Het oordeel in het kort

De minister van Justitie van Sint-Maarten verbiedt onterecht een pro-Palestinademonstratie op Sint-Maarten. Daarbij is onvoldoende gemotiveerd waarom een verbod gerechtvaardigd was; een algemene verwijzen naar berichten op de sociale media is onvoldoende.

Wat zijn de feiten?

Eiser heeft aan de minister van Justitie van Sint-Maarten (hierna: de minister) aangekondigd op 19 november 2023 te willen demonstreren, in solidariteit met de bevolking van Palestina. Hierbij hebben zij aangegeven een vreedzame betoging te houden, waarbij ongeveer 50 mensen gedurende 2 uren op een openbare plek in Sint-Maarten demonsteren. De kennisgeving is (na overleg met de politie) door eiser aangepast naar 80 tot 100 mensen die gedurende 4 uren zullen demonstreren. Ook is de looproute van de demonstratie aangepast, waarbij een veiligheidsplan is overgelegd.

De minister van Justitie verbiedt daarop de voorgenomen demonstratie met het oog op het voorkoming van wanordelijkheden. Als reden voor het verbod voert de minister aan dat er propaganda was verschenen op de sociale media, waarin het toebrengen van eigendomsschade en het verbranden van nationale vlaggen tijdens de demonstratie werd gepromoot. De demonstratie kon daarom niet doorgaan.

De centrale vraag van deze rechtszaak:

Kon de minister van Justitie van Sint-Maarten de demonstratie in dit geval verbieden?

Wat oordeelt de rechter?

De rechter oordeelt dat eisers een procesbelang hebben, omdat zij voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij in de toekomst soortgelijke demonstraties zullen organiseren. Dat betekent dat ze telkens opnieuw met een verbod als in deze zaak te maken zullen krijgen.

Volgens de rechter had de minister de demonstratie in dit geval niet mogen verbieden. De redenen die de minister ten grondslag heeft gelegd aan het verbod zijn de 'expected unrest' (verwachte beroering) en de 'direct and severe risk for public order' (vrees voor wanordelijkheden).

De grond 'verwachte beroering' behoort niet tot de beperkingsgronden uit de demonstratiewet (de Landverordening openbare manifestaties) en kan dus niet als grondslag dienen voor een demonstratieverbod. De minister heeft ook onvoldoende gemotiveerd waarom zijn vrees voor wanordelijkheden gerechtvaardigd was. Enkel in algemene zin verwijzen naar sociale media berichten is onvoldoende. Die verwijzing moet nader onderbouwd en geconcretiseerd worden door de minister. Eisers hebben bovendien vanaf de eerste aanmelding van de demonstratie benadrukt dat het een vreedzame demonstratie betrof en hebben volgens dat voornemen gehandeld.

De rechter vernietigt de beschikking van de minister. Afsluitend overweegt de rechter nog dat het demonstratierecht een fundamentele mensenrecht is en dat een beperking daarvan zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd plaats dient te vinden. Daarbij dient te worden getoetst aan de in de Landsverordening opgenomen toegestane beperkingsgronden, en ook zal een zorgvuldige en deugdelijk gemotiveerde afweging dienen plaats te vinden aan de hand van de proportionaliteits- en subsidiariteitstoets. Het is aan verweerder om bij (een volgende melding over) een voorgenomen demonstratie het waarborgen van fundamentele mensenrechten voorop te stellen.

Wat leert deze uitspraak ons?

Deze uitspraak leert ons dat een demonstratieverbod zorgvuldig moet worden gemotiveerd en alleen mogelijk is als een van de beperkingsgronden uit de demonstratiewet dat noodzaakt en er geen minder vergaande maatregelen mogelijk zijn. Een algemene verwijzing naar berichten op de sociale media is onvoldoende.

Rechtspraak

Meer recente uitspraken