Rechtspraak over demonstratierecht
Instantie
Rechtbank Den Haag
Soort zaak
eerste aanleg
Rechtsgebied
Strafrechtelijk
Procespartijen
Verdachte (actievoerder Extinction Rebellion)
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:11458
Lees de volledige rechtspraak
2 augustus 2023

Veroordeling voor opruien tot blokkeren A12 via social media

Het oordeel in het kort

Een klimaatactivist van Extinction Rebellion heeft via Twitter mensen opgeroepen tot het blokkeren van de A12. Ook heeft de verdachte met verf teksten gespoten op de tunnelwand van de A12 en een gedragsaanwijziging van de officier van justitie niet opgevolgd. Er volgt een veroordeling voor opruiing en vernieling.

Wat zijn de feiten?

De verdachte, een klimaatactivist, heeft in vier berichten op zijn Twitteraccount anderen opgeroepen om deel te nemen aan een blokkade van de A12 op 26 november 2022 en 28 januari 2023. Ook heeft hij tijdens demonstraties op de A12 de wanden van de tunnelbak beschadigd door daar met verf teksten op te spuiten. De officier van justitie heeft op 19 januari 2023 een gedragsaanwijzing aan verdachte opgelegd, met een verbod om zich op te houden in de directe omgeving van de Utrechtsebaan/A12. Verdachte heeft zich hier niet aan gehouden en is wel gaan demonstreren op de A12.


Daarom wordt hij verdacht van drie strafbare feiten: het opruien van anderen om een strafbaar feit te plegen (het via Twitter oproepen om de A12 te blokkeren), het openlijk geweld plegen of vernielen (door met verf teksten op de tunnelwanden van de A12 te spuiten tijdens de demonstratie) en het overtreden van een gedragsaanwijzing van de officier van justitie (dat hij zich niet in de omgeving van de A12 mocht bevinden).


De verdachte is vervolgens door de politie (buiten heterdaad) aangehouden in de directe omgeving van de school van zijn kinderen voor de verdenking van opruiing. Daarbij heeft de politie voordat de verdachte naar het politiebureau werd overgebracht handboeien omgedaan.

De centrale vraag van deze rechtszaak:

Moet verdachte worden vervolgd voor opruiing, openlijke geweldpleging of vernieling, en het overtreden van de gedragsaanwijzing? Of staat het demonstratierecht daaraan in de weg?

Wat oordeelt de rechter?

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte wel schuldig is aan opruiing (artikel 131 Sr). De verdachte heeft andere mensen meerdere keren opgeroepen om een strafbaar feit te plegen, namelijk het versperren van een openbare landweg zoals strafbaar gesteld in artikel 162 Sr. Daarnaast heeft hij dit met opzet gedaan, omdat hij met het plaatsen van de berichten op Twitter heeft geprobeerd om zoveel mogelijk mensen te bereiken en te bewegen om deel te nemen aan de actie. Deze berichten zijn ook openbaar en schriftelijk gedaan, want ze zijn op een openbaar Twitteraccount geplaatst.

Het demonstratierecht staat aan een veroordeling voor opruiing niet in de weg. De verdachte heeft anderen opgeroepen om een strafbaar feit te plegen, waardoor er volgens de rechter een noodzaak bestond om hier tegen op te treden. Het optreden van de autoriteiten is bovendien niet zo ingrijpend geweest dat daarmee een ontoelaatbare inbreuk is gemaakt op de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Hoewel een aanhouding een ingrijpend en vergaand dwangmiddel is, leidt dit volgens de rechter niet tot de conclusie dat gesproken kan worden van een onaanvaardbaar chilling effect, waarmee de verdachte wordt ontmoedigd van zijn demonstratierecht gebruik te maken.

De rechter oordeelt dat de verdachte wel moet worden vrijgesproken van openlijke geweldpleging (artikel 141 Sr). Er bestaat niet voldoende bewijs om verdachte daarvan te beschuldigen. Verdachte wordt wel schuldig verklaard voor vernieling (artikel 350 Sr). Verdachte heeft het eigendomsrecht van de gemeente geschonden. Het kost de gemeente veel geld om de tunnelwanden te herstellen. Daar komt bij dat de verdachte zich bij het aanbrengen van de teksten moest begeven op de A12, waarmee de verdachte risico’s heeft genomen voor zichzelf en andere weggebruikers. Ook hier voldoet het ingrijpen van de autoriteiten volgens de rechter aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit en is er geen inbreuk op het demonstratierecht gemaakt.

Verder oordeelt de rechter dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het overtreden van de gedragsaanwijzing (artikel 509 hh onder b Sv). Niet is gebleken dat door de opruiing de vrees bestaat dat verdachte zich ernstig belastend zal gedragen jegens personen. Hierbij moet met name worden gedacht aan huiselijk geweld of intimidatie. Het oproepen tot een gevaarzettingsdelict valt hier niet onder.

De rechter heeft ernstige twijfels over de noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit voor het buiten heterdaad aanhouden van de verdachte in zijn eigen omgeving. Verder is het omdoen van de handboeien bij verdachte onrechtmatig geweest. Dit mag alleen als er sprake is van gevaar voor de veiligheid of het vluchten van verdachte. Daar was geen sprake van. Dit neemt de rechter mee in de strafoplegging. De rechter besluit dat een taakstraf van 60 uur een passende straf is.

Wat leert deze uitspraak ons?

Het oproepen om een snelweg te blokkeren via openbare accounts op de sociale media kan een strafbaar feit opleveren. Ook demonstranten moeten zich dus in principe gewoon aan de wet moeten houden, en kunnen worden veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten in het kader van een demonstratie. Daarbij moet de rechter altijd rekening houden met de impact die de strafvervolging heeft op de uitoefening van het demonstratierecht.

Rechtspraak

Meer recente uitspraken