Rechtspraak over demonstratierecht
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Soort zaak
kort geding
Rechtsgebied
Civielrechtelijk
Procespartijen
Eiser (energiebedrijf One-Dyas) tegen Greenpeace
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:4820
Lees de volledige rechtspraak
1 augustus 2024

Rechterlijk verbod op acties Greenpeace bij gaswinningsplatform

Het oordeel in het kort

Greenpeace voert actie tegen de bouw van een gaswinningsplatform op de Noordzee. Dit levert ernstige hinder op voor One-Dyas, het bedrijf dat dit platform laat bouwen. Na een belangenafweging oordeelt de rechter dat deze hinder disproportioneel is voor One-Dyas. Greenpeace moet haar acties staken gedurende de bouw van het platform.

Wat zijn de feiten?

In deze zaak staan milieuorganisatie Greenpeace en energiebedrijf One-Dyas tegenover elkaar. One-Dyas is bezig met de ontwikkeling van een gaswinningsproject op de Noordzee, waarvoor het de vereiste vergunningen heeft verkregen. Vanaf 30 juli 2024 heeft Greenpeace protestacties uitgevoerd rondom het productieplatform, onder andere door met kajaks in de buurt van het project te varen. Greenpeace voert deze acties om aandacht te vragen voor de impact van fossiele brandstoffen op het milieu. One-Dyas stelt dat de acties vertragingen en extra kosten veroorzaken en dat de leveringszekerheid van aardgas in Nederland in gevaar komt als de bouw niet volgens planning doorgaat. Daarom vraagt het bedrijf de rechter om de protestacties rond het platform te verbieden.

De centrale vraag van deze rechtszaak:

Maken de protestacties van Greenpeace een onrechtmatige inbreuk op de belangen van One-Dyas, en zo ja, kunnen deze protestacties in de toekomst worden verboden door de civiele rechter?

Wat oordeelt de rechter?

De rechter erkent dat er sprake is van een botsing tussen twee rechten: het recht van het energiebedrijf One-Dyas om het platform te bouwen op basis van zijn vergunningen, en het recht van Greenpeace om te demonstreren en haar mening publiekelijk kenbaar te maken. Greenpeace heeft op grond van de artikelen 10 en 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) het recht om te demonstreren, zelfs als dit enige hinder veroorzaakt. Greenpeace wijst bovendien op een kwestie van groot maatschappelijk belang. De organisatie wil met haar acties veel publieke aandacht trekken voor de milieuschade door fossiele brandstoffen.

Aan de andere kant heeft One-Dyas grote investeringen in het project gedaan en het loopt aanzienlijke verliezen door vertragingen. De bouw van het platform vereist bovendien een speciaal schip dat slechts tijdelijk beschikbaar is. Verstoring van dit schip zou verdere vertraging en bijkomende schade veroorzaken.

Hoewel Greenpeace in beginsel vrij is om actie te voeren, is het recht op demonstratie niet onbegrensd. Niet elke vorm van hinder is onrechtmatig, maar in dit geval oordeelt de rechter dat het protest van Greenpeace een disproportionele hinder veroorzaakt voor One-Dyas. De rechter stelt dat Greenpeace niet zover mag gaan in haar demonstratierecht dat dit de voortgang van het project ernstig belemmert. Daarom moet Greenpeace haar acties staken gedurende de bouw van het platform. Greenpeace kan op andere plekken dan het platform publieke aandacht vragen voor haar kwestie.

Wat leert deze uitspraak ons?

Deze zaak laat zien dat de civiele rechter een belangenafweging maakt tussen het recht op demonstratie en de economische belangen van bedrijven als deze met elkaar botsen. Demonstraties mogen enige hinder veroorzaken, maar als de hinder disproportioneel en daarmee onrechtmatig is, kan de civiele rechter besluiten om het recht op demonstatie in te perken.

Rechtspraak

Meer recente uitspraken