Rechtspraak over demonstratierecht
Instantie
Hoge Raad
Soort zaak
cassatie
Rechtsgebied
Strafrechtelijk
Procespartijen
Verdachte (activist Pro-Palestina)
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:589
Lees de volledige rechtspraak
16 april 2024

Veroordeling groepsbelediging voor tonen afbeelding Israëlische vlag met kakkerlak

Het oordeel in het kort

Een Pro-Palestina activist toont tijdens een demonstratie een afbeelding van de Joodse vlag met een kakkerlak in plaats van een Davidster. De uiting moet volgens de rechter worden verstaan als: leden van het Joodse volk zijn kakkerlakken. Dit levert een groepsbelediging van het Joodse volk op, waarvoor de verdachte is veroordeeld.

Wat zijn de feiten?

De verdachte heeft op 7 juni 2018 gedemonstreerd in het centrum van Amsterdam. De verdachte reed daarbij rond op zijn scootmobiel waaraan een hengel met Palestijnse vlag was bevestigd. Daarnaast droeg hij een pet met de tekst "Free Palestine". Op zijn scootmobiel waren bordjes bevestigd met onder andere de teksten "Free Palestine", "Boycott Israël" en "Zionism = Fascism by Anti-Semites who claim to be Jewish".

Verdachte heeft op enig moment tijdens de demonstratie een afbeelding van een Israëlische vlag getoond, waarop de Davidster was vervangen door een grote blauwe kakkerlak. De verdachte haalde deze afbeelding enkel uit zijn tas om deze te laten zien aan, naar eigen zeggen, hinderlijke personen met een tegengesteld standpunt om die personen 'een fuck-you te geven'. Een betrokkene heeft na het zien van deze afbeelding aangifte gedaan, omdat hij zich zeer gekwetst voelde als iemand van Joodse afkomst wiens grootouders tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord.

De centrale vraag van deze rechtszaak:

Kan de verdachte veroordeeld worden voor groepsbelediging vanwege het tonen van een afbeelding van de Israëlische vlag waarbij de Davidster is vervangen door een kakkerlak?

Wat oordeelt de rechter?

De verdachte wordt in deze zaak veroordeeld voor groepsbelediging. De Hoge Raad oordeelt dat de overwegingen van het hof niet blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk zijn.

Het recht op vrijheid van meningsuiting laat ruimte aan een veroordeling voor groepsbelediging in de zin van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht. Daarvoor is wel vereist dat de beperking bij wet is voorzien, een gerechtvaardigd doel dient en in een democratische samenleving noodzakelijk is. Binnen het bestek van een groepsbelediging moet ook worden gekeken of de uitlating een bijdrage kan leveren aan het publieke debat, een uiting is van artistieke expressie en niet onnodig grievend is.

De Hoge Raad volgt het gerechtshof in zijn oordeel. De inbreuk op de vrijheid van meningsuiting is bij wet voorzien in artikel 137c Sr (groepsbelediging). De uiting van de verdachte moet worden verstaan als: leden van het Joodse volk zijn kakkerlakken. Deze associatie wordt versterkt door de historische context van de Tweede Wereldoorlog, waarbij talloze joden een Jodenster moesten dragen en zijn omgebracht "als waren zij ongedierte". Deze uiting levert (mede daarom) geen bijdrage aan enig publiek debat en is geen uiting van artistieke expressie. Het doel van de uitlating was om tegenstanders 'een fuck-you te geven', wat het hof niet ziet als een gerechtvaardigd doel. De beperking van de vrijheid van meningsuiting is ten slotte noodzakelijk in een democratische samenleving ter bescherming van de eer en goede naam van Joodse mensen.

Wat leert deze uitspraak ons?

Deze uitspraak leert ons dat uitlatingen die worden gedaan tijdens een demonstratie ook onder groepsbelediging in de zin van artikel 137c Wetboek van Strafrecht kunnen vallen. De rechter kijkt daarbij of er een inbreuk wordt gemaakt op het recht op vrijheid van meningsuiting en of die inbreuk toelaatbaar is in de omstandigheden die spelen in een zaak.

Rechtspraak

Meer recente uitspraken