Rechtspraak over demonstratierecht
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Soort zaak
eerste aanleg
Rechtsgebied
Strafrechtelijk
Procespartijen
Verdachte (deelnemer boerenprotesten)
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2024:1718
Lees de volledige rechtspraak
7 mei 2024

Veroordeling voor versperren snelweg en dumpen afval tijdens boerenprotest op de A7

Het oordeel in het kort

Verdachte heeft vrachtwagenchauffeurs opgeroepen om de A7 te versperren en afval te dumpen op de A7. Beide acties vormen een groot risico voor de verkeersveiligheid.

Wat zijn de feiten?

In de nacht van 28 juli 2022 heeft een groep actievoerders, waaronder verdachte, onaangekondigd de A7 bij Frieschepalen en Leek versperd. De verdachte heeft enkele vrachtwagenchauffeurs opgeroepen om het verkeer af te remmen en heeft in meerdere WhatsApp-groepen opgeroepen om afval op de A7 te dumpen. Daarna heeft verdachte de mensen die afval kwamen dumpen instructies gegeven waar zij hun afval moesten dumpen. Onder het afval dat werd gedumpt, bevond zich ook afval met asbest. Ergens voor 2.50 uur 's nachts is het afval op een van de afritten in brand gestoken. Uiteindelijk zijn er twee voertuigen tegen het afval opgereden, met schade aan hun auto's als gevolg.

De centrale vraag van deze rechtszaak:

Kan verdachte worden veroordeeld voor het medeplegen van het versperren van de snelweg en het dumpen van afval op de snelweg?

Wat oordeelt de rechter?

De rechter oordeelt dat verdachte strafbaar is.

De verdachte heeft een belangrijke rol gehad in dit boerenprotest. Ze heeft vrachtwagenchauffeurs opgetrommeld en geïnstrueerd het verkeer af te remmen. Daarnaast heeft ze via verschillende WhatsApp-groepen mensen opgeroepen om hun afval op de A7 te komen dumpen. Vervolgens heeft ze die mensen ook verteld op welke wijze en op welke plaatsen hun afval te dumpen. Verdachte heeft zich niet teruggetrokken van de actie, zelfs niet toen er ongelukken waren ontstaan. Het protest betekende volgens de rechter zonder meer een gevaar voor de verkeersveiligheid. Dit gevaar was in deze zaak nog groter, omdat het onaangekondigd en 's nachts gebeurde.

De rechter stelt dat het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op betoging fundamentele rechten zijn, die essentieel zijn in een democratische samenleving. Maar deze rechten kunnen nooit een vrijbrief zijn voor het plegen van strafbare feiten. Verdachte heeft de wettelijke grenzen fors overschreden. Daardoor zijn er levensgevaarlijke situaties in het leven geroepen voor andere weggebruikers, die overigens ook niet verantwoordelijk zijn voor de plannen van het kabinet waartegen verdachte protesteerde. Ook dit rekent de rechtbank verdachte aan. Verdachte krijgt een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf van 240 dagen en een taakstraf van 200 uren opgelegd.

Wat leert deze uitspraak ons?

De vrijheid van meningsuiting en demonstratie zijn geen vrijbrief voor het plegen van strafbare feiten. Met acties kunnen de grenzen door actievoerders worden overschreden. Daarvoor kunnen zij worden veroordeeld.

Rechtspraak

Meer recente uitspraken