Rechtspraak over demonstratierecht
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Soort zaak
hoger beroep
Rechtsgebied
Strafrechtelijk
Procespartijen
Verdachte (demonstrant Extinction Rebellion)
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:563
Lees de volledige rechtspraak
10 april 2024

Veroordeling voor lokaalvredebreuk in hal van ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Het oordeel in het kort

Een demonstrant van Extinction Rebellion is veroordeeld voor lokaalvredebreuk in de hal van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De demonstrant heeft driemaal de gelegenheid gehad om zelf te vertrekken, maar dit niet gedaan. Daarop is de demonstrant aangehouden. De rechter legt geen straf op.

Wat zijn de feiten?

Op 20 oktober 2020 heeft de verdachte met ongeveer zes andere personen gedemonstreerd in de hal van het departement van Economische Zaken en Klimaat aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag. De demonstranten protesteerden tegen het subsidiebeleid van het departement en wilden een gesprek met de minister van Economische Zaken en Klimaat afdwingen. Ze hadden toestemming om tot 17:00 uur te demonstreren. Toen het 17:00 uur was, wilden de demonstranten de hal niet verlaten. De politie waarschuwde hen dat ze zich schuldig zouden maken aan lokaalvredebreuk als ze bleven. De veiligheidsadviseur van het ministerie heeft de demonstranten twee keer gevorderd de hal te verlaten, maar de demonstranten gaven hier geen gehoor aan. De verdachte en de andere personen zijn toen aangehouden en naar het politiebureau gebracht.

De centrale vraag van deze rechtszaak:

Kan de verdachte worden veroordeeld voor lokaalvredebreuk vanwege het niet opvolgen van het herhaaldelijke verzoek om de hal van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat te verlaten?

Wat oordeelt de rechter?

De rechter oordeelt dat verdachte moet worden veroordeeld voor lokaalvredebreuk.

Het recht om te demonstreren is volgens de rechter een belangrijk recht dat beschermd moet worden door de overheid. Maar niet ten koste van alles, want er spelen ook belangen en rechten van anderen, die net zo goed door de overheid moeten worden beschermd. Dat betekent dat als een demonstrant zijn recht om te demonstreren uitoefent en daarbij een strafbaar feit pleegt, politie en justitie mogen ingrijpen. Steeds zullen alle belangen die spelen goed moeten worden afgewogen, waarbij het recht om te demonstreren zwaar weegt en dus niet te snel beperkt mag worden. Als de politie uiteindelijk besluit dat het nodig is om een einde te maken aan het strafbare feit, mag de politie dat doen. Van het Openbaar Ministerie wordt verlangd dat vervolgens alle belangen zorgvuldig worden afgewogen, voordat een demonstrant wordt vervolgd. Het is dan aan de rechter om bij het bepalen van de straf te kijken of er naast het ingrijpen door de politie en het Openbaar Ministerie nog ruimte is voor het opleggen van een straf of maatregel. Maar dat het strafbare feit is gepleegd omdat iemand op die manier wil demonstreren, maakt niet dat het feit opeens niet meer strafbaar is. 

De demonstratie verliep vreedzaam tot 17:00 uur en viel daarom onder de bescherming van het demonstratierecht. Er is de demonstranten de ruimte gegeven om te demonstreren in de hal van het departement van Economische Zaken en Klimaat. Pas na 17:00 uur is gevraagd of de demonstranten wilden vertrekken. Hiermee oefende het ministerie zijn huisrecht uit. De politie heeft de demonstranten gewaarschuwd wat de gevolgen zouden zijn indien zij de hal niet zouden verlaten. Daarna heeft de veiligheidsadviseur van het ministerie de demonstranten twee keer gevorderd de hal te verlaten. De demonstranten weigerden dit te doen.

Het hof oordeelt dat de weigering om de vorderingen op te volgen wederrechtelijk is. De politie en het Openbaar Ministerie hadden (gelet op het demonstratierecht) ervoor kunnen kiezen om minder verstrekkende maatregelen te nemen dan zij nu hebben gedaan. Maar dit neemt de wederrechtelijkheid niet weg. Verdachte is dus wel strafbaar. Met het oog op het demonstratierecht legt de rechter geen straf op.

Wat leert deze uitspraak ons?

Deze uitspraak leert ons dat als een demonstrant zijn recht om te demonstreren uitoefent en daarbij zich schuldig maakt aan lokaalvredebreuk, politie en justitie mogen ingrijpen als er voldoende redelijke mogelijkheden aan de demonstrant zijn geboden om het pand te verlaten nadat de demonstrant gedurende enige uren daar heeft kunnen demonstreren. De demonstratievrijheid neemt de strafbaarheid van de gedraging niet weg. Verder leert deze uitspraak ons dat de rechter er in zo’n geval voor kan kiezen om geen straf op te leggen, gelet op de vreedzaamheid van de demonstratie.

Rechtspraak

Meer recente uitspraken