Rechtspraak over demonstratierecht
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Soort zaak
eerste aanleg
Rechtsgebied
Strafrechtelijk
Procespartijen
Verdachte
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:8156
Lees de volledige rechtspraak
24 december 2024

Veroordeling gewelddadige verstoring van een pro-Palestina demonstratie

Het oordeel in het kort

Een pro-Palestina demonstratie wordt verstoord door vijandig publiek. Er wordt vuurwerk gegooid en er ontstaat een gevecht. De verdachte wordt vervolgd voor openlijke geweldpleging, het hebben van knalvuurwerk en het verzetten bij zijn aanhouding.

Wat zijn de feiten?

Op 11 mei 2024 vindt een pro-Palestina demonstratie plaats in Amsterdam. Tijdens deze demonstratie rennen zwart geklede personen in de richting van de pro-Palestina demonstranten. Politieagenten zagen meerdere ontploffingen uit de richting van deze zwart geklede personen (hierna vijandig publiek). Op videobeelden is te zien dat het vijandige publiek vuurwerk gooit op enige afstand van de pro-Palestina demonstranten. Vervolgens valt het vijandig publiek de demonstranten met geweld aan. Er ontstaat een gevecht waarbij er over en weer wordt geslagen. In een andere video is te zien dat iemand van het vijandig publiek vuurwerk tussen de pro-Palestina demonstranten gooit. De verdachte in deze zaak staat op dat moment naast degene die het vuurwerk gooit. De verdachte wordt vervolgd voor vier feiten:

1. het medeplegen van een ontploffing in een groep personen, terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te verwachten was;

2. openlijke geweldpleging;

3. medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben van 8 stuks knalvuurwerk;

4. verzet tegen zijn aanhouding met geweld en/of bedreiging met geweld.

De centrale vraag van deze rechtszaak:

Kan de verdachte worden vervolgd voor de verstoring van de demonstratie? 

Wat oordeelt de rechter?

Volgens de rechter is niet bewezen dat de verdachte samen met een ander een ontploffing veroorzaakte waarbij gevaar voor anderen ontstond (feit 1). Het is niet zeker dat er vuurwerk in de groep pro-Palestina demonstranten werd gegooid. Volgens verdachte ging het om een fakkel. Wel stelt de rechter vast dat er vuurwerk op enige afstand van de demonstranten werd gegooid, maar niet duidelijk is of er ook een gevaar ontstond. De rechter spreekt de verdachte vrij van het eerste feit.

Uit het dossier blijkt dat de verdachte knalvuurwerk bij zich heeft en met de groep naar de pro-Palestina demonstranten rent. Vervolgens staat de verdachte naast een persoon die het vuurwerk afsteekt en naar personen gooit. Later probeert de verdachte zijn eigen vuurwerk af te steken. De rechtbank leidt uit deze laatste gedraging af dat de verdachte bijdraagt aan het geweld. Op grond hiervan stelt de rechter dat de verdachte opzet heeft op het geweld en een bijdrage heeft geleverd. De verdachte wordt veroordeeld voor de openlijke geweldpleging (feit 2).

Het derde en vierde feit zijn volgens de rechter ook bewezen. De verdachte had vuurwerk bij zich en dat de verdachte zich heeft verzet tijdens zijn aanhouding blijkt onder meer uit een bekennende verklaring van de verdachte.

Bij het bepalen van de straf houdt de rechter rekening met het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor vergelijkbare feiten. Daarnaast past de rechter het jeugdstrafrecht toe, ondanks dat de verdachte 22 jaar en dus meerderjarig is. Het jeugdstrafrecht kan worden toegepast bij personen tot 23 jaar als er sprake is van bijzondere omstandigheden.

In dit geval is de verdachte licht verstandelijk beperkt, kan hij risico’s van zijn eigen handelen slecht inschatten en functioneert hij op een kinderlijker niveau dan gebruikelijk is voor zijn leeftijd. De rechtbank oordeelt dat het toepassen van het jeugdstrafrecht van belang is voor de verdere ontwikkeling van de verdachte. Het doel is te voorkomen dat hij opnieuw strafbare feiten pleegt. De verdachte heeft aangegeven niet meer betrokken te willen zijn bij criminele activiteiten en staat open voor hulp.

Alles afwegende legt de rechtbank een taakstraf op van 120 uur. Daarnaast legt de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie op van vier weken. Aan het voorwaardelijk strafdeel worden een aantal bijzondere voorwaarden verbonden zoals een meldplicht bij de reclassering. 

Wat leert deze uitspraak ons?

Deze zaak maakt duidelijk dat het gebruik van geweld om een demonstratie te verstoren strafbaar is en kan leiden tot het opleggen van een taakstraf en een voorwaardelijke vrijheidsstraf.

Rechtspraak

Meer recente uitspraken