De verdachte verscheurt tijdens een demonstratie de Koran en doet beledigende uitspraken. De rechter veroordeelt de verdachte voor groepsbelediging van moslims.
Op 22 januari 2023 verscheurt de verdachte de Koran tijdens een demonstratie bij het tijdelijke Tweede Kamergebouw. Deze actie wordt gefilmd en verspreid via sociale media. Op beelden van de demonstratie is te zien dat de verdachte de Koran verscheurt, de pagina’s vertrapt en stelt dat dit in Nederland moet kunnen. Hij noemt de Koran een fascistisch boek en vergelijkt het met Mein Kampf, waarbij hij beweert dat aanhangers van de Koran dezelfde ideologie aanhangen als Hitler. Vervolgens gaat hij op de verscheurde pagina’s staan en roept op om erop te dansen. De verdachte wordt vervolgd voor het opzettelijk beledigen van een groep mensen (in dit geval moslims) vanwege hun godsdienst.
Zijn de uitlatingen van de verdachte te zien als het opzettelijk beledigen van een groep mensen vanwege hun godsdienst in de zin van artikel 137c Wetboek van Strafrecht (Sr)?
Deze zaak betreft een hoger beroepszaak. In eerste aanleg is de verdachte veroordeeld door de rechtbank, maar in hoger beroep staat het gerechtshof bepaalde uitlatingen die hij zou hebben gedaan, niet toe als bewijs. Om die reden vernietigt het gerechtshof het eerdere vonnis van de rechtbank en beoordeelt de zaak opnieuw op basis van het gewijzigde bewijs.
Het gerechtshof veroordeelt de verdachte voor het beledigen van een groep mensen vanwege hun godsdienst in de zin van artikel 137c Sr. Dit oordeel is gebaseerd op de uitlatingen van de verdachte waarin hij moslims vergelijkt met nazi’s door te stellen dat zij dezelfde ideologie aanhangen als Hitler. Hoewel het verscheuren van de Koran en het daarop staan op zichzelf niet strafbaar zijn, dragen deze handelingen bij aan het beledigende karakter van de uitlatingen. Dit heeft een strafverzwarende werking.
De rechter benadrukt dat dergelijke uitlatingen geen plaats hebben in een samenleving waarin vrijheid van geloof en gelijkheid tot de belangrijkste waarden horen.
Bij het bepalen van de straf houdt de rechter rekening met het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Daarnaast weegt de rechter mee dat strafrechtelijk optreden, zoals het opleggen van een straf, geen zodanige afschrikkende werking (chilling effect) mag hebben dat het anderen ontmoedigt om te demonstreren.
Het gerechtshof legt een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur op.
Deze uitspraak onderstreept dat opzettelijke groepsbelediging, ook tijdens een demonstratie, kan leiden tot een veroordeling. Daarnaast leert deze uitspraak dat het vernielen van een Koran niet strafbaar is, maar wel kan meewegen in de beoordeling of uitlatingen als groepsbelediging kunnen worden gezien.
Een initiatief van de Rijksuniversiteit Groningen | Website door Liesbeth Smit, The Online Scientist | Disclaimer & privacy