Rechtspraak over demonstratierecht
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Soort zaak
eerste aanleg
Rechtsgebied
Strafrechtelijk
Procespartijen
Verdachte (kraker pand)
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:5204
Lees de volledige rechtspraak
30 augustus 2024

Veroordeling voor kraken van pand, beroep op demonstratierecht faalt

Het oordeel in het kort

De verdachte staat terecht van het medeplegen van het kraken van een pand in mei 2024. De verdachte ziet de kraakactie als onderdeel van een demonstratie en doet een beroep op de demonstratievrijheid. De rechter oordeelt dat er geen sprake is van een demonstratie.

Wat zijn de feiten?

Op 11 mei 2024 kraakt een aantal mensen, waaronder de verdachte, een leegstaand pand. De krakers hangen spandoeken op en ketenen zichzelf vast in het pand. De kraakactie wordt snel (dezelfde avond nog) opgemerkt, waarna de politie wordt ingeschakeld. De politie draagt de krakers op te vertrekken. De krakers geven hier geen gehoor aan, waarna de politie het pand ontruimt.

De verdachte voert aan dat het kraken onderdeel was van een vreedzame demonstratie tegen de leegstand van woningen en dat de ontruiming van het pand daarom onterecht is. De ontruiming zou haar demonstratievrijheid beperken. De verdachte voert verder aan dat de politie buitensporig heeft gehandeld bij de ontruiming.

De centrale vraag van deze rechtszaak:

Kan verdachte worden veroordeeld voor het kraken van het pand of is dit in strijd met haar demonstratierecht?

Wat oordeelt de rechter?

De rechter oordeelt dat er sprake was van een heterdaadsituatie en de overheid daarom bevoegd was om tot ontruiming over te gaan. De rechter stelt vast dat de verdachte en haar medeverdachten geen huisrecht hadden gevestigd, omdat zij nog maar een paar uur in het pand waren. Zij konden dus niet aantonen dat zij daar ‘woonden’.

De vraag of er sprake was van een demonstratie speelt een centrale rol in de zaak. De politierechter oordeelt om verschillende redenen dat dit niet het geval was.

Ten eerste hadden de verdachte en haar medeverdachten zich vastgeketend in het pand, waardoor ze fysiek moesten worden losgemaakt door de politie. Hierdoor kostte het meer tijd dan gebruikelijk om de verdachten weg te halen uit het pand. Ook veroorzaakte dit schade aan het huis. De rechter vindt dit niet passen bij een vreedzame demonstratie.

Ten tweede heeft de politie herhaaldelijk omgeroepen dat de personen in het pand moesten vertrekken. Hier is geen gehoor aan gegeven. Dit leidde tot de inzet van de Mobiele Eenheid en het gebruik van handboeien. De rechter stelt dat dit optreden noodzakelijk was.

Ten derde was er op het moment van de ontruiming geen sprake van een demonstratie in de zin van een publieke, openbare actie. De verdachten bevonden zich in het pand, uit het zicht van het publiek, en de straat was al ontruimd.

De rechter concludeert dat er geen sprake was van een vreedzame demonstratie en dat de ontruiming daarom geen inperking was van het demonstratierecht. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf. 

Wat leert deze uitspraak ons?

Het op heterdaad betrappen van krakers die nog maar net zijn begonnen met hun kraakactie, betekent dat zij nog geen huisrecht hebben gevestigd en dus uit het pand kunnen worden gezet. Er is pas sprake van een demonstratie als deze een publiek en openbaar karakter heeft. Het achterin de woning verschansen valt daar niet onder.

Rechtspraak

Meer recente uitspraken