De eiser vraagt de politie om inzage in de gegevens die over hem worden bewaard door de politie op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). De politie verstrekt enkele gegevens, maar volgens de eiser zijn dit niet alle gegevens. De rechter oordeelt dat de politie een nieuw besluit moet nemen.
De eiser verzoekt inzage in de persoonsgegevens die de politie over hem verwerkt op basis van de Wpg. De politie meldt dat er zes registraties over hem zijn. Eén daarvan mag hij niet inzien, en de overige vijf alleen met begeleiding van een advocaat. De eiser vindt deze voorwaarde in strijd met de wet en betwist de weigering tot inzage in een van de registratie. Daarnaast vermoedt de eiser dat de politie meer gegevens van hem moet hebben verwerkt, omdat hij regelmatig deelnam aan demonstraties waarbij zijn gegevens door de politie werden genoteerd. Als laatste stelt de eiser dat er strafrechtelijke onderzoeken naar hem zijn gedaan, die ook persoonsgegevens hebben moeten opgeleverd die hij dan wil inzien.
Heeft de eiser recht op het inzien van alle gevraagde gegevens door de politie? En is de voorwaarde dat inzage alleen mag onder begeleiding van een advocaat in overeenstemming met de Wpg?
Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat artikel 26 Wpg - waarin is bepaald dat inzage alleen mogelijk is via een advocaat - aansluit bij artikel 20 Wpg en artikel 20 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. De regel probeert te voorkomen dat onbevoegden toegang krijgen tot gevoelige informatie. Van strijd met de wet is volgens de rechtbank niet gebleken. De eiser moet zich dus laten bijstaan door een advocaat om zijn gegevens in te zien.
Daarnaast gaat de rechter in op de registratie waarvan de inzage was geweigerd. Tijdens de zitting blijkt dat de eiser niet daadwerkelijk was geweigerd om deze registratie in te zien. De politie had de eiser uitgenodigd om de registratie te bekijken. Er was dus geen sprake van een weigering.
Wat betreft de gegevens over de demonstraties stelt de politie dat deze gegevens niet onder de Wpg vallen. Gegevens zoals de contactpersoon en de locatie van een demonstratie worden verwerkt op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), niet de Wpg. Het verzoek van eiser is gericht tot de gegevens op basis van de Wpg. De gegevens over de demonstraties vallen dus buiten het verzoek van de eiser.
Ten slotte stelt de eiser dat gegevens van twee strafrechtelijke onderzoeken ontbreken. De rechter oordeelt dat het besluit om deze niet te verstrekken onzorgvuldig is. De politie moet daarom onderzoeken of deze gegevens onder de Wpg vallen en een nieuw besluit nemen.
De politie kan persoonsgegevens verwerkenin het kader van de uitvoering van de politietaak. Gegevens over demonstraties, zoals tijd en plaats of de contactpersoon, vallen doorgaans onder de AVG en niet onder de Wpg. Als er sprake is van een incident of onrechtmatigheid tijdens een demonstratie, kunnen deze gegevens onder de Wpg vallen. Uit deze zaak blijkt dat voor inzage van gegevens op grond van artikel 26 Wpg begeleiding van een advocaat nodig is, wat met de bescherming van de privacy te maken heeft.
Een initiatief van de Rijksuniversiteit Groningen | Website door Liesbeth Smit, The Online Scientist | Disclaimer & privacy