Rechtspraak over demonstratierecht
Instantie
Rechtbank Den Haag
Soort zaak
eerste aanleg
Rechtsgebied
Strafrechtelijk
Procespartijen
Verdachte (voorman van Pegida, protestbeweging tegen 'islamering')
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:17966
Lees de volledige rechtspraak
23 november 2023

Veroordeling voorman Pegida voor groepsbelediging

Het oordeel in het kort

De rechter veroordeelt de voorman van protestbeweging Pegida voor groepsbelediging vanwege uitingen bij het verscheuren van een Koran bij het tijdelijke Tweede Kamergebouw. Zijn uitspraken en handelingen zijn volgens de rechter alleen bedoeld om moslims op een grove manier te kwetsen en zijn dus onnodig grievend.

Wat zijn de feiten?

Op 22 januari 2023 heeft verdachte voor het tijdelijke Tweede Kamergebouw in Den Haag een demonstratie gehouden. Tijdens die demonstratie heeft verdachte een Koran verscheurd en met zijn voeten vertrapt. Daarnaast heeft hij de volgende uitlatingen gedaan: “Wanneer ik de Koran aan flarden wil scheuren dan moet dat gewoon kunnen. Fascistisch boek. Het is net zo erg als Mein Kampf. Aanhangers volgen dezelfde ideologie als Hitler. En iedereen weet waar dat toe geleid heeft in ons land.”


Zes moskeevoorzitters hebben naar aanleiding van verdachte zijn handelingen en uitlatingen aangifte gedaan van groepsbelediging.

De centrale vraag van deze rechtszaak:

Heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan groepsbelediging (artikel 137c Sr)?

Wat oordeelt de rechter?

De rechter oordeelt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan groepsbelediging. Hij onderbouwt dat aan de hand van drie argumenten.

Ten eerste zijn de uitspraken van verdachte beledigend voor een groep, namelijk de aanhangers van de Koran (moslims). Door moslims te vereenzelvigen met nationaalsocialisten, nazi’s, en te suggereren dat moslims mogelijk soortgelijke gruweldaden zullen plegen als nazi’s, heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank een groep mensen, namelijk moslims, bij het publiek in een kwaad daglicht gesteld en hun eer en goede naam aangetast enkel en alleen op basis van hun geloof. Daarnaast versterken de handelingen van verdachte (het verscheuren van de Koran en het daarop staan, die op zichzelf niet strafbaar zijn volgens de rechter) het beledigende karakter van zijn woorden.

Ten tweede kunnen de uitspraken volgens de rechter wel een bijdrage leveren aan het publieke debat. Hoewel de uitlatingen van de verdachte zonder meer beledigend voor moslims zijn, kan volgens de rechter niet worden gezegd dat zij geen bijdrage kunnen leveren aan het maatschappelijk debat. Met de demonstratie verzet verdachte zich tegen wat hij de 'islamering' noemt, een terugkerend onderwerp in het publieke debat. De vrijheid van meningsuiting en het recht om te demonstreren zijn belangrijke kernwaarden in een democratische rechtsstaat. Het deelnemen aan een demonstratie is een aangewezen manier voor burgers om in het publieke debat een mening te uiten over bepaalde ontwikkelingen in de maatschappij.

Maar de bijdrage mag, ten derde, niet onnodig grievend zijn. En dat is volgens de rechter in deze zaak wel het geval. Het was niet nodig om de Koran te verscheuren, moslims in het algemeen te beledigen, moslims gelijk te stellen aan nazi's en te beweren dat moslims de gruweldaden van de nazi's in de toekomst zouden herhalen. Er bestonden heel veel andere manieren om het publieke debat te voeren over wat Pegida 'islamering' noemt, zonder daarbij een grote groep mensen op zo'n manier te kwetsen. De rechtbank concludeert daarom dat de uitlatingen van de verdachte alleen bedoeld waren om moslims op een grove manier te kwetsen en dus onnodig grievend zijn geweest.

Er is dus sprake van een groepsbelediging. De rechter legt een taakstraf van 40 uur op.

Wat leert deze uitspraak ons?

Strafbare uitingen die worden gedaan tijdens een demonstratie kunnen leiden tot een veroordeling voor groepsbelediging. Bij de beoordeling beantwoordt de rechter drie vragen: (1) Zijn de uitspraken en handelingen van verdachte beledigend voor een bepaalde groep? (2) Leveren de uitspraken en handelingen van de verdachte een bijdrage aan het publieke debat? (3). Zijn de uitspraken en handelingen van de verdachte onnodig grievend?

Rechtspraak

Meer recente uitspraken