Wat moet en mag de overheid doen? De taak van de burgemeester, de politie en de officier van justitie

Wat is de rol van de officier van justitie (het Openbaar Ministerie) bij een demonstratie?

De officier van justitie (het Openbaar Ministerie) richt zich op personen die strafbare dingen doen of zeggen tijdens een demonstratie. De officier van justitie (het Openbaar Ministerie) kan dus geen regels aan de hele demonstratie opleggen. Dat kan alleen de burgemeester doen.

Omdat het bij een demonstratie gaat om de uitoefening van een grondrecht, is het uitgangspunt dat de officier van justitie (het Openbaar Ministerie) heel terughoudend moet zijn met strafrechtelijk optreden tegen vreedzame demonstranten. Dit betekent dat de officier van justitie niet snel moet ingrijpen, en al helemaal niet als een demonstrant niets ernstigs heeft gedaan. Een hoge rechter (het Europees Hof voor de Rechten van de Mens) benadrukt dit in zijn rechtspraak.

Meestal treedt de officier van justitie (het Openbaar Ministerie) alleen op tijdens of na afloop van de demonstratie, nadat demonstranten iets strafbaars hebben gedaan of gezegd. 

Bijvoorbeeld door een demonstrant tijdens de demonstratie of na afloop aan te laten houden door de politie en door de demonstrant strafrechtelijk te vervolgen. De officier van justitie (het Openbaar Ministerie) legt dan bijvoorbeeld in een strafbeschikking een geldboete, taakstraf of schadevergoeding op, zonder de zaak voor de strafrechter te brengen. Ook gebeurt het dat de officier van justitie/het Openbaar Ministerie de zaak wel voor de strafrechter brengt, die vervolgens over de zaak oordeelt.

Het kan gelet op de vrijheid van meningsuiting lastig zijn voor de officier van justitie om te beoordelen of iets dat de demonstrant zegt of toont strafbaar is of niet. Bij uitingen die (mogelijk) discriminerend zijn, kan de officier van justitie de hulp inroepen van het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie (LECD) van het Openbaar Ministerie.

Zoek naar vragen, artikelen en rechtspraak: