Wanneer kan een demonstratie worden beperkt? De regels die bij een demonstratie kunnen worden gesteld

Wat zijn redenen om een demonstratie te beperken?

Het demonstratierecht is een grondrecht. Daarom bepaalt de demonstratiewet (Wet openbare manifestaties) dat de burgemeester alleen regels (beperkingen en voorschriften) kan stellen bij een demonstratie op een openbare plaats als de burgemeester daar (één van) de volgende redenen voor heeft: 

  1. Om de gezondheid te beschermen. Hierbij gaat het vooral om de volksgezondheid. Deze beperkingsgrond kan bijvoorbeeld worden toegepast als er sprake is van een epidemie of een pandemie, zoals de coronacrisis. 
  2. In het belang van het verkeer. Hierbij moet het gaan om meer dan alleen een lichte verstoring van het verkeer. Dat een demonstratie het verkeer een beetje verstoort, hoort er nu eenmaal bij en de overheid moet daarin tolerant zijn. 
  3. Om wanordelijkheden te voorkomen of te bestrijden. Er is in principe pas sprake van (dreigende) wanordelijkheden als de demonstranten zich strafbaar (dreigen te) gedragen. Als er alleen sprake is van een (lichte) verstoring van de openbare orde - denk aan een beetje hinder - dan is er (nog) geen sprake van wanordelijkheden. Naast het gedrag van demonstranten is ook de plaats van de demonstratie van belang. Zo kan een burgemeester bij een demonstratie in de buurt van een ziekenhuis of begraafplaats eerder (striktere) beperkingen opleggen om wanordelijkheden tegen te gaan dan op andere openbare plaatsen. 

Een demonstratie op een openbare plaats mag dus niet zomaar worden beperkt door de burgemeester, alleen om de drie redenen die in de demonstratiewet staan (gezondheid, verkeer, wanordelijkheden).

De burgemeester mag een regel (beperking of voorschrift) bovendien alleen opleggen als dit noodzakelijk is. Er moet dus geen andere, minder beperkende optie zijn om met de demonstratie om te gaan.

Als een demonstratie plaatsvindt op een niet-openbare plaats, dan kunnen op grond van de demonstratiewet (artikel 8 van de Wet openbare manifestaties) zelfs helemaal geen regels (beperkingen en voorschriften) worden gesteld aan de demonstratie. 

Een voorbeeld van een niet-openbare plaats is een privéterrein. Andere voorbeelden zijn plaatsen op een treinstation, haven of vliegveld die niet zomaar vrij bereikbaar zijn voor iedereen en waarvoor iemand bijvoorbeeld eerst door een toegangspoortje moet. De burgemeester heeft bij demonstraties op zulke plaatsen alleen de mogelijkheid om de demonstratie te beëindigen (artikel 8 van de Wet openbare manifestaties).

Zoek naar vragen, artikelen en rechtspraak: