Wanneer kan een demonstratie worden verboden? De uitzonderlijke gevallen waarin een verbod of beëindiging is toegestaan

Wat zijn redenen om een demonstratie (vooraf) te verbieden of te beëindigen?

Het demonstratierecht is een grondrecht. Daarom bepaalt de demonstratiewet (artikel 2 van de Wet openbare manifestaties in combinatie met de artikelen 5 en 7 van diezelfde wet) dat de burgemeester alleen een verbod mag geven of een demonstratie mag beëindigen bij een demonstratie op een openbare plaats als de burgemeester daar (één van) de volgende redenen voor heeft: 

1. Om de gezondheid te beschermen

Hierbij gaat het vooral om de volksgezondheid. Deze beperkingsgrond kan bijvoorbeeld worden toegepast als er sprake is van een epidemie of een pandemie, zoals de coronacrisis. In zo’n geval kan het noodzakelijk zijn om regels op te leggen over bijvoorbeeld het maximaal aantal deelnemers aan de demonstratie of de plaats van de demonstratie, om zo te voorkomen dat een ziekmakend virus zich verder verspreidt. Een verbod of beëindiging is in zo’n geval alleen mogelijk als het echt niet anders kan. Een demonstratie verbieden of beëindigen om de gezondheid van de demonstranten zelf te beschermen kan alleen als hun gezondheid zeer ernstig in gevaar is. Bijvoorbeeld als mensen die meedoen aan een hongerstaking in levensgevaar zijn. 

Volgens de literatuur moet bij gezondheid niet worden gedacht aan de psychische (mentale) gezondheid. Vooral niet als de demonstratie vanwege de inhoud een gevaar zou kunnen vormen voor die psychische gezondheid. De burgemeester mag de demonstratie namelijk niet verbieden of beëindigen om de inhoud van de demonstratie

2. In het belang van het verkeer

Bij de beperkingsgrond ‘verkeer’ in de demonstratiewet moet het gaan om meer dan alleen een kleine verstoring van het verkeer. Dat een demonstratie het verkeer een beetje verstoort, hoort er nu eenmaal bij en de overheid moet daarin tolerant zijn.

Als een demonstratie het verkeer ernstig verstoort, zoals bij een blokkade-actie op de snelweg, dan kan de burgemeester bijvoorbeeld als regel stellen dat de demonstranten op een andere plaats moeten demonstreren, dat zij geen tractoren mogen gebruiken bij hun demonstratie of dat de aanrijroutes van de hulpdiensten altijd vrij moeten blijven. Een verbod of beëindiging is ook hierbij alleen toegestaan als het echt niet anders kan.

3. Om wanordelijkheden te voorkomen of te bestrijden

Er is meestal pas sprake van wanordelijkheden in de zin van de demonstratiewet als de demonstranten zich strafbaar (dreigen te) gedragen. Als er alleen sprake is van een (lichte) verstoring van de openbare orde - denk aan een beetje hinder - dan is er geen sprake van wanordelijkheden. Een verbod of beëindiging is om wanordelijkheden te voorkomen of te bestrijden is alleen mogelijk als het echt niet anders kan. 

Als de wanordelijkheden niet worden begaan door de demonstranten zelf, maar door anderen die heftig of gewelddadig reageren op de demonstratie, dan moet de burgemeester proberen om de demonstranten hiertegen te beschermen, zelfs als hierbij heel veel politie (als het nodig is honderden politieagenten) moet worden ingezet. Pas als de inzet van zoveel politie er niet voor kan zorgen dat de demonstranten veilig kunnen demonstreren, pas dan kan de burgemeester de demonstratie verbieden of beëindigen.

Een demonstratie op een openbare plaats mag dus niet zomaar worden verboden of beëindigd: beperkingen moeten altijd worden gebaseerd op (een van) deze drie gronden. 

Het verbod of de beëindiging moet bovendien altijd noodzakelijk zijn. Het zijn uiterste middelen die alleen kunnen worden ingezet als het echt niet anders kan. Er moet dus geen andere, minder beperkende optie zijn om met de demonstratie om te gaan. Denk hierbij aan het vooraf opleggen van een regel (beperking of voorschrift) of het tijdens een demonstratie geven van een aanwijzing.

De demonstratiewet wekt de indruk dat een demonstratie ook kan worden verboden als de demonstratie niet, niet op tijd of niet juist is aangemeld (zie artikel 5 lid 2 van de Wet openbare manifestaties). En ook dat de burgemeester een demonstratie kan beëindigen als de demonstratie niet is aangemeld, als er een verbod is gegeven of als demonstranten zich niet houden aan opgelegde beperkingen (zie artikel 7 onderdeel a en onderdeel b van de Wet openbare manifestaties). Toch mag dit niet, omdat een verbod of beëindiging altijd noodzakelijk moet zijn gelet op één van de beperkingsgronden (gezondheid, verkeer, wanordelijkheden). Dit staat in artikel 2 van de Wet openbare manifestaties.

Als een demonstratie plaatsvindt op een niet-openbare plaats, dan kan op grond van de demonstratiewet (artikel 8 van de Wet openbare manifestaties) zelfs helemaal geen verbod vooraf worden gesteld aan de demonstratie. De burgemeester mag de demonstratie dan alleen beëindigen. Bovendien mag hij dat alleen maar om twee redenen doen, en dus niet om drie redenen zoals bij een demonstratie op een openbare plaats. Namelijk als dat noodzakelijk is (1) om de gezondheid te beschermen of (2) om wanordelijkheden te bestrijden of te voorkomen. 

Een voorbeeld van een niet-openbare plaats is een privéterrein. Andere voorbeelden zijn plaatsen op een treinstation, haven of vliegveld die niet zomaar vrij bereikbaar zijn voor iedereen en waarvoor iemand bijvoorbeeld eerst door een toegangspoortje moet.

Zoek naar vragen, artikelen en rechtspraak: