Wanneer kan een demonstratie worden beperkt? De regels die bij een demonstratie kunnen worden gesteld

Welke beperkingen mogen bij een demonstratie worden opgelegd?

Het demonstratierecht is een grondrecht en daarom kan een demonstratie niet zomaar worden beperkt. De Nederlandse wetgever heeft bepaald dat de burgemeester alleen regels (beperkingen en voorschriften) kan opleggen bij een demonstratie om drie redenen: om de gezondheid te beschermen, om ernstige verkeerschaos te voorkomen of om wanordelijkheden tegen te gaan.

Beperkingen die bij een demonstratie kunnen worden opgelegd gaan meestal over de plaats, het tijdstip, de duur of de vorm van de demonstratie. De burgemeester mag geen regels opleggen die gaan over de inhoud van de demonstratie

Een voorbeeld van een beperking naar plaats is dat demonstranten aan de overkant van de straat moeten staan in plaats van voor de ingang van een gebouw. De burgemeester moet zich (voor zover mogelijk en redelijk) er daarbij wel voor inspannen dat de demonstranten kunnen demonstreren op of in de buurt van de plek waar ze willen demonstreren, zodat de demonstranten gezien en gehoord kunnen worden door datgene waartegen ze willen demonstreren. Dit noemen we het zicht- en geluidscriterium of het ‘sight and sound’-criterium.

De burgemeester mag het protest bijvoorbeeld niet verplaatsen naar een afgelegen industrieterrein als de demonstranten in het centrum willen demonstreren. De beperking gaat dan veel te ver. 

De beperking moet echt noodzakelijk zijn: er moet niet een minder vergaande maatregel mogelijk zijn. De burgemeester moet bovendien per demonstratie beoordelen of er regels moeten worden opgelegd, en mag dus geen algemene (beleids)regels gebruiken die voor alle demonstraties in de gemeente gelden. 

Zoek naar vragen, artikelen en rechtspraak: