Naar de rechter? Juridische stappen die demonstranten, derden en autoriteiten kunnen zetten

Welke rol hebben de bestuursrechter, de burgerlijke rechter en de strafrechter bij het demonstratierecht?

De bestuursrechter, de burgerlijke rechter en de strafrechter hebben verschillende rollen bij rechtszaken over demonstraties.

Bij de bestuursrechter kunnen besluiten van de overheid worden aangevochten. Denk aan de Wom-besluiten (beperkingen, voorschriften, aanwijzingen, verboden en beëindigingsopdrachten) die de burgemeester kan opleggen aan demonstranten.

De burgerlijke rechter oordeelt over conflicten tussen burgers of bedrijven (burgers onderling). Denk aan een ondernemer die schade oploopt als gevolg van een bezetting van diens bedrijf door demonstranten.

De strafrechter gaat over strafbare feiten die zijn gepleegd. Denk aan een (tegen)demonstrant of een politieagent die iets strafbaars doet tijdens een demonstratie en daarvoor wordt vervolgd door het Openbaar Ministerie.

Rol van de bestuursrechter

Een belanghebbende (zoals een demonstrant) die het niet eens is met een regel, verbod of beëindiging door de burgemeester opgelegd, kan daartegen bezwaar maken bij de burgemeester. Dit betekent dat de belanghebbende binnen zes weken nadat de burgemeester de regel, het verbod of de beëindiging heeft opgelegd, een brief aan de burgemeester moet sturen waarin staat waarom diegene het niet eens is met het besluit. 

Als de burgemeester vindt dat de belanghebbende gelijk heeft, kan de burgemeester de regel, het verbod of de beëindiging veranderen of intrekken. Als de burgemeester de beperking, het verbod of de beëindiging niet verandert of intrekt, dan kan de belanghebbende naar de bestuursrechter gaan (in beroep gaan). Die beoordeelt dan of de burgemeester de regel, het verbod of de beëindiging had mogen opleggen.

Ook kan een belanghebbende snel (vaak binnen een dag) naar de voorzieningenrechter als er haast bij is. Dit doet de belanghebbende tegelijkertijd met het bezwaar of beroep. Denk aan demonstranten die naar de rechter stappen omdat een aangemelde demonstratie een dag van tevoren door de burgemeester is verboden. De reactie van de burgemeester op het bezwaar hoeft dan niet te worden afgewacht. De voorzieningenrechter geeft dan in een voorlopig oordeel antwoord op de vraag of de demonstratie wel of niet plaats kan vinden. Dit wordt ook wel een ‘voorlopige voorziening’ genoemd omdat er op een later moment in de zogenoemde bodemprocedure nog een ander oordeel kan worden gegeven door een ‘gewone’ rechter die uitgebreider naar de zaak kijkt.

Rol van de burgerlijke rechter

Een persoon die schade heeft geleden of dreigt te lijden door een demonstratie, kan naar de burgerlijke rechter (civiele rechter) stappen om een verbod of gebod aan te vragen. Denk aan een ondernemer die aan de rechter vraagt om een gebod dat demonstranten moeten stoppen met het bezetten van diens onderneming.

Degene die schade heeft geleden kan ook vragen om een schadevergoeding. Weigert de demonstrant te betalen, dan kan de persoon die schade lijdt naar de burgerlijke rechter stappen om de demonstrant aansprakelijk te stellen voor een onrechtmatige daad. Degene die schade heeft geleden moet dan bewijzen dat dit komt doordat de demonstrant iets onrechtmatigs (in strijd met het recht) heeft gedaan en dat dit diegene is te verwijten. We zeggen dan dat er sprake is van een onrechtmatige daad. Als dit is bewezen, dan kan de rechter de demonstrant veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding.

De voorbeeldbrief voor het aansprakelijk stellen van iemand voor een onrechtmatige daad op juridischloket.nl

Is er veel haast bij, dan kan een persoon die schade heeft geleden of dreigt te lijden door een demonstratie ervoor kiezen om snel (vaak binnen een dag) naar de burgerlijke rechter te stappen voor een kort geding. Bijvoorbeeld als demonstranten de volgende dag distributiecentra van een ondernemer willen blokkeren. De ondernemer kan dan de kortgedingrechter vragen bepaalde beperkingen te stellen aan de blokkadeactie.

Rol van de strafrechter

De strafrechter komt pas in beeld als er (mogelijk) sprake is van strafbaar gedrag. 

Mensen kunnen aangifte doen bij de politie van strafbare gedragingen, bijvoorbeeld van vernieling (artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht) of belediging (artikel 266 van datzelfde wetboek). Naar aanleiding van de aangifte, of op eigen initiatief als de politie op het spoor komt van een strafbaar feit, kan de politie een onderzoek starten. Is er genoeg bewijs voor het een strafbaar feit, dan stuurt de politie de zaak door naar het Openbaar Ministerie (OM). Het OM bepaalt of het de verdachte gaat vervolgen. Dat betekent dat de verdachte voor de officier van justitie of een rechter moet komen voor een straf. 

Een voorbeeld: demonstranten houden een bezettingsactie in een bedrijf, waarbij de directie al een paar keer tegen de demonstranten heeft gezegd dat zij wil dat de demonstranten weg gaan. Dat bedrijf zou dan bijvoorbeeld aangifte kunnen doen van huisvredebreuk. Dat is strafbaar gesteld in de wet (artikel 138a van het Wetboek van Strafrecht). 

Ook kan er bijvoorbeeld aangifte worden gedaan als een vreedzame demonstrant gewond raakt omdat de politie onnodig geweld heeft gebruikt. Hierover kan ook een klacht worden ingediend bij de regionale eenheid waar de politieambtenaar werkt. Alle regionale eenheden hebben dezelfde klachtenregeling.

Een demonstrant die iets strafbaars doet tijdens een demonstratie kan daarvoor door de politie worden aangehouden en door het Openbaar Ministerie (OM) worden vervolgd. Als het OM besluit tot vervolging, is het aan de rechter om te beoordelen of het strafbare feit moet leiden tot een straf, zoals een geldboete of een taakstraf. 

De overheid moet terughoudend zijn met het strafrechtelijk aanpakken van vreedzame demonstranten. Dit betekent dat zij niet snel mag ingrijpen, en al helemaal niet als een demonstrant niets ernstigs heeft gedaan. Een hoge rechter (het Europees Hof voor de Rechten van de Mens) heeft dit geoordeeld.

Nederlandse rechters oordelen daarom nog weleens dat als een demonstrant iets doet tijdens een demonstratie dat normaal gesproken strafbaar is, dat de bescherming van het demonstratierecht er dan voor zorgt dat er een lagere straf of geen straf wordt opgelegd, of zelfs dat het helemaal niet strafbaar is.

Zoek naar vragen, artikelen en rechtspraak: